Wat ik denk over denken

mechanics-3258935_1920.jpg

Toen ik 15 was kreeg ik van mijn tante een beeldje. Het was in de vorm van een man in een rare houding. ‘Ja, ik moest gelijk aan jou denken toen ik het beeldje zag’, zei mijn tante. Daarmee bedoelde ze dat het beeldje ‘De Denker’ heette. Ik snapte er geen bal van en vroeg mij alleen maar af wie er in zo’n rare positie zou gaan denken. Een paar jaar geleden heb ik dat beeldje weg gedaan. Gewoon, omdat hij raar was. En iedereen vroeg steeds wat het was. Daarnaast vond niemand hem ook echt mooi, enzo, en in die rare vormen hoopten zich steeds een heleboel stof. Hij was het ook niet echt waard om steeds afgestoft te worden.Ik had eerlijk gezegd niet meteen door dat mijn tante mij als ‘De Denker’ zag. Dat bewustzijn kwam pas toen ik een kleine twee jaar later een e-mail penvriend kreeg. Ja, dat kon nog zo’n twaalf jaar geleden. Toen schreven we elkaar nog gewoon e-mails. Dat was nog de periode dat mijn mailbox niet uitbarstte van de Facebook- en LinkedIn notificaties en allerlei vage aanbiedingen van webshops waarvan ik niet meer weet dat ik daar ooit besteld heb- en ook te lui ben om mij af te melden voor de nieuwsbrieven.

Die e-mail penvriend woonde ergens anders in Europa en we mailden in het Engels, wat dan ook goed was voor de ontwikkeling van mijn Engelse taalvaardigheid. Dat werd toen erg aangemoedigd op de middelbare school. Moet er wel bij zeggen dat de e-mail penvriend ongeveer tien jaar ouder was, maar dat hoefde toen niemand te weten.

Op een gegeven moment schreef hij een betoog met de titel: Stop with thinking so much! Hierin beschreef hij hoe ik zoveel nadacht dat het mijn persoonlijkheid in de weg stond- ai!
En dat ik moest genieten van mijn pubertijd (achteraf gezien de verschrikkelijkste periode van mijn leven) en dat ik meer ruimte moet maken om spontaan en outgoing te zijn. Ik was werkelijk waar op mijn ziel getrapt. Wat dacht hij wel niet? Alsof hij mij kende op basis van een paar e-mailtjes?

Maar hij zette me wel aan het denken.

Want als ik kennelijk heel veel nadacht, wat doet de gemiddelde mens dan? Waar denk je dan aan als je niet denkt, bijvoorbeeld? En hoe kun je dingen doen zonder daar eerst over na te denken en hoe kun je dingen doen zonder na te denken? En als je het gedaan hebt, denk je daar dan niet meer over na?

Hij wist daar geen antwoord op en besloot een einde te breien aan ons mailcontact zodat ik mezelf meer ruimte kon geven om puber te zijn. Ik had geen idee hoe. Dus ging ik weer verder met denken, zoals ik dat altijd al gedaan heb.

Soms probeer ik te stoppen met denken, maar dat is me nooit gelukt. Stoppen met denken is voor mij net zoiets als stoppen met ademen. Alhoewel, als ik mijn adem inhoud denk ik ook nog steeds. Waardoor het mij nooit echt lukt om langer dan twintig seconden mijn adem in te houden. Daarom zwem ik nooit echt onderwater of ik knijp mijn neus dicht als ik onderwater moet zwemmen. Geen idee, hoe ik ooit mijn zwemdiploma’s heb gehaald. Maar als ik mijn moeder moest geloven was dit ook echt een regelrechte ramp, aangezien ik motorisch heel slecht was. Ik kan me ook niet herinneren dat ik het ook echt leuk vond hoe ik uitgeput al zwaaiend moest watertrappelen. Zwemmen doe ik nu voornamelijk recreatief, maar ik heb nu nog steeds geen idee hoe ik de borst- en rugcrawl moet doen.
En al die tijd had ik gewoon gelijk tijdens de zwemles, nadat je je zwemdiploma hebt gehaald ga je nooit meer duikend het zwembad in, maar neem je gewoon het trappetje bij de kant. Tenzij je zo’n macho bent die zijn zwemkunsten in ieder zwembad moet tonen. Uiteraard dacht ik dit. Ik was te terug getrokken om dit in het zwembad te schreeuwen.

Mijn denken is zo krachtig dat het mijn hele bestaan definieert. Zo kan ik bijvoorbeeld niet geloven dat er geen vorm van leven na de dood is. Ik sprak een keer iemand die geloofde dat hij zou verdwijnen als hij dood zou gaan. Dat geloof ik niet. Of eerder, dat kan ik niet geloven. De gedachte dat mijn gedachten ooit zouden ophouden vind ik onvoorstelbaar. Als kind vond ik dat zo onvoorstelbaar dat ik daar zelfs bang van werd. Wat als ik, mijn gedachten, niet meer zouden bestaan? Daarom had ik ook een tijdje het motto: ik denk, dus ik besta.

Vrijwel niemand die dat begreep toen ik dat als msn naam had. Volgens mij kreeg ik daar één positieve reactie op van iemand die het wel mooi vond klinken. Toen mijn moeder een keer meekeek op msn – super irritant als ouders dat deden- en mijn msn naam wel heel raar vond, besloot ik hem aan te passen naar: M!ssundaztood. Een verwijzing naar mijn favoriete cd van Pink toen en het paste ook hoe ik mij voelde als puber. Deze naam vonden mensen wel heel vet.

Soms probeer ik om te stoppen met denken om mijn spontane en outgoing personality meer naar voren te laten komen. Maar dan ben ik weer te veel bezig met bedenken hoe ik die kant van mezelf vorm te geven. Om dan uiteindelijk te bedenken dat ik die kant gewoon niet heb.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s