Huilen doe je thuis

danbo-1206480_1920.jpg

Sinds een aantal maanden zit ik in een online community voor hoogbegaafden en eerlijk, het is niet wat ik ervan had gehoopt. Ik heb een paar verwoede pogingen gedaan om mezelf af te melden, maar helaas zonder resultaat. Mijn wanhoopskreten naar de moderator toe worden steevast beantwoord met een: ‘Stacey, je geeft het ook niet echt een kans.’
Waardoor ik nu vast zit in de situatie en met lede ogen de ontwikkelingen van de groep volg. Sowieso is het een misvatting als mensen denken dat een groep hoogbegaafden het goed met elkaar kunnen vinden, puur omdat ze allemaal hoogbegaafd zijn. Dat is gewoon niet zo. Tenminste, bij mij niet.

Ik lees namelijk best veel succesverhalen van hoogbegaafden die tot bloei komen in een lotgenotengroep. Zo las ik een verhaal in de krant van iemand die er op latere leeftijd achterkwam dat ze hoogbegaafd is. Ze ging daarom naar een lotgenotengroep. ‘Wat een verademing’, kirde ze tegen de krant.
Ik heb mezelf gedwongen om dit soort gevoelens te voelen tijdens bijeenkomsten met andere hoogbegaafden. Nog steeds voel ik daar niks. De laatste keer heb ik drie keer mijn wenkbrauw opgetrokken en wenste ik iemand oprecht dood.

Oke, dat is gemeen. Maar daar zat echt een verhaal achter.

In de bevestigingsmail stond dat ik er om kwart voor zeven moest zijn. Dus rond kwart voor zeven kwam ik daar aan. Volgens de vrouw van de organisatie, waar ik me moest melden, kon ik niet klokkijken want het zou om zeven uur beginnen. Daarnaast was het verboden om nu al het gebouw te betreden en of ik daarom buiten kon wachten. Dat deed ik. Drie minuten voor zeven ging ik het gebouw weer naar binnen en bleek de zaal al vol te zitten. Hier klopte iets niet. Dus ik keek wat duister rond. De mevrouw van de organisatie zag mij en vroeg zenuwachtig of ik ook koffie wilde. Maar voor dit goedmakertje was het al te laat. Ik stond op het punt om de bijeenkomst voor goed te verlaten. Maar hee, ik gaf het toch een kans. En bleef.

De bijeenkomst bleek -achteraf gezien- nog best leuk te zijn. Alleen irriteerde ik me kapot aan de mede-hoogbegaafden. Ik vind hoogbegaafden namelijk hele gevoelige mensen. Nu ben ik zelf ook ultra-gevoelig. Zo was ik laatst aan het koken en prikte mijn vriend me in mijn zij. Hier schrok ik zo van dat ik mijn hoofd stootte aan de afzuigkap. Ik moest huilen.
Maar over mijn ultra-gevoeligheid wil ik het nu niet hebben. Deze blog gaat over andere hoogbegaafden. De mensen die steeds moeten huilen bij de bijeenkomsten, omdat ze er pas na vijftig jaar zijn achtergekomen dat ze hoogbegaafd zijn. En hierdoor dus zoveel kansen hebben gemist. Of die hoogbegaafden die weigeren mee te doen aan de opdracht, omdat ze in hun hele leven al zoveel moeten. Of gaan huilen hoe ongeschikt ze zijn voor de normaal-begaafden maatschappij. En dit dan als excuus gebruiken om helemaal niks meer te doen. Ik vind dat allemaal zo irritant. Huilen doe je thuis maar.

Nu huil ik zelf best veel. In bed. Zodra ik in bed lig, het pikdonker is, en ik begin na te denken over mijn leven, dan beginnen de tranen rijkelijk te vloeien. En het idee dat ik dan in mijn eentje huil in het donker, vind ik zo dramatisch dat ik nog erger begin te huilen. Maar deze issues deel ik niet publiekelijk. Dus als mijn vriend ’s nachts vraag waarom ik huil dan zeg ik met overslaande stem: ‘Nihihihiks.’
Om dan de volgende ochtend een soort van aangeslagen bij het ontbijt te zitten. Ik krijg trouwens best vaak te horen dat mensen geen hoogte van mij kunnen nemen, maar ik denk niet dat dat hier aan ligt.

Wat ik ook irritant vind is dat mensen in de hb- community zichzelf moeten bewijzen qua hoogbegaafdheid. Dat ze hun slimheid moeten ventileren in alles wat ze doen en zeggen. Ik vroeg bijvoorbeeld een keer aan een mede hb-er of er in deze kan koffie zit. Leek me best een casual vraag. Waarop ik als antwoord kreeg: ‘Achterop staat een briefje waarop staat wat erin zit- als je kan lezen. Want zo achterlijk zijn ze hier nou ook niet.’
Nou sorry hoor, Berta. Ze heette geen Berta. Maar ze was wel een soort Berta, zeg maar.

Ook hoorde ik een keer de ene hoogbegaafde tegen de andere zeggen: ‘Ik denk niet dat wat je zegt gerelateerd is aan hoogbegaafdheid, Maarten. Ik denk nu dat je autisme spreekt.’
Of: ‘In de steekproef zitten er voornamelijk hetero’s. Dit onderzoek is dus niet van toepassing op mij, want ik ben lesbi. Dit vind ik jammer want ik ben juist hier gekomen om iets over mezelf te leren.’ Teleurgesteld keek ze naar het scherm waardoor de gastspreker zich begon te excuseren over de tekortkomingen van haar onderzoek.
‘Niet nodig’, mompelde ik. Huilen doe je thuis maar.