Het is een luxeprobleem

stormtrooper-2296199_1920

aldus de dokter.

Hoogbegaafdheid bij volwassenen wordt niet gezien als een probleem. Dus toen ik jankend bij de dokter -zijn tissues op snoot- en mijn hart luchtte over alles waar ik in het dagelijks leven tegenaan loop, zag ik hem alleen een wenkbrauw ophalen.
‘Maar jij kan jezelf toch wel helpen? Daar ben je immers intelligent en creatief genoeg voor.’
‘Neeheeeeheeeee’, jankte ik. Dit is juist het probleem. Ik kan mezelf niet helpen en ik heb hulp nodig. Daarom zat ik dus hier. De dokter toonde geen greintje medelijden. Niet dat ik dat zocht, maar hij had me heus wel een nieuwe tissue kunnen aanreiken toen het snot over mijn lippen liep. In plaats daarvan zei hij dat het erger was als je zou opbranden door je werk. Als je juist te veel te doen hebt op je werk, waardoor je langzaam opbrandt. Dat ik me juist iedere dag stierlijk verveel is geen probleem. Ik moest beseffen dat ik bevoorrecht ben, want het kan namelijk zo-veel erger.‘Het kan altijd nog erger.’
Dat is eigenlijk wat mensen vrijwel altijd zeggen wanneer ik mijn (hoogbegaafdheids) problemen aankaart. Want dan heeft iemand ineens een collega die kanker heeft. Dàt is pas erg. En ineens kende iemand weer een iemand die haar vader had verloren. Gewoon zomaar. Hij kwam thuis en viel zo neer. Dàt is pas erg. En die vrouw met dat motorongeluk. Dàt is pas erg.

Bij dit soort gesprekken weet ik nooit precies waar het einde in zicht is. Dan heb ik het idee dat ik ooit ernstig ziek zou worden en dat ik dat dan zou moeten vertellen. En dat ik dan als reactie krijg: ‘Maar gelukkig heb je geen kanker.’
Dàt is pas erg.
En als ik dan kanker zou hebben. ‘Gelukkig heb je nog twee jaar te leven. Denise was binnen twee maanden dood.’
Dàt is pas erg.
En als ik dan dood ben. ‘Gelukkig liet ze geen kinderen na. Denise liet twee kleine kinderen achter.’
Dàt is pas erg.

Misschien weten mensen nooit zo goed wat ze moeten zeggen. Maar zeg dan niks. Of zoals m’n zusje ooit tegen mij zei: ‘Ik zie dat je heel verdrietig ben. Ik weet alleen niks te zeggen.’

In plaats daarvan zeggen mensen: ‘Zet het maar van je af.’
Of dat ik er niet zo in moet blijven hangen of dat ik me niet zo moet laten meeslepen erin. Dude, zeg je dat ook tegen mensen met het Down-syndroom of mensen die zwakbegaafd zijn? Nee, want dat is anders. Zo las ik laatst een mooi artikel over de ervaringen van zwakbegaafde jongeren in de maatschappij. De reacties op het artikel waren hartverwarmend naar de jongeren toe. Ik kon me ergens zo voorstellen dat, wanneer zo’n soort gelijke artikel over hoogbegaafde jongeren werd gemaakt, de reacties  zullen variëren van ‘tja’ tot ‘wat zeik je nou’.

En ik heb namelijk ook iedere keer het idee dat ik zeik. Dus zodra ik iedere ochtend uitgeput mijn bed uitstap, schreeuw ik tegen mezelf dat ik me niet zo moet aanstellen. En dat de hele wereld wel gewoon meedoet met alles en het hen wel lukt om een normaal, gelukkig leven te leiden. Om vervolgens ’s avonds op de bank neer te ploffen, te moe om een voedzame maaltijd te koken, te moe om mijn spullen op te ruimen en te moe om van de bank af te komen. En dan uitgeput naar bed te gaan en uitgeput wakker worden en dat ik ergens in de trein zit en me afvraag of mijn bijdrage van vandaag van significant belang is?

Dat vertelde ik ook de dokter. De dokter gaf aan dat ik in ieder geval in mijn handjes mag knijpen dat ik een relatie heb. Dat is met mijn intelligentie situatie niet zo vanzelfsprekend. En bedankt.
En dat het me moeite kost om contact met anderen te maken daarom wel logisch is.
– had je maar niet zo intelligent moeten zijn-
De dokter stuurde me weg en zei dat ik het allemaal maar even moet aankijken.

Eenmaal thuis stortte ik in. Huilend belde ik mijn baas op en zei dat ik deze week niet kom. Hij wenste me sterkte toe.

Die dag sliep ik ruim veertien uur. De dag erna bijna 12 uur en die dag daarna ruim 9 uur. Mijn moeder kwam langs om mij te vertellen dat ik me niet zo moest laten kennen. Ik barstte daarop in tranen uit. We besloten uiteindelijk dat het zo niet langer kon. Na lang praten spraken we af dat ik me op de wachtlijst zette bij een hoogbegaafde loopbaancoach en -psycholoog die zich inzetten voor hoogbegaafden.

En dus tuurde ik een halve dag naar het intake formulier. Zodra ik dit traject inga zou ik voor mezelf bevestigen dat ik afwijk van de norm. Kon ik niet wat sterker zijn? Kon ik toch niet nog een paar jaar volhouden? Één van de dingen die ik zou moeten doen is accepteren dat ik hoogbegaafd ben. En eerlijk gezegd vind ik dat dood eng. Ik doe wel stoer in deze blog, maar van binnen…
Gelukkig sta ik nog wel enkele maanden op de wachtlijst.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s