Hoe perfectionisme mijn leven beheerst

crowd-1699137_1920

In de zeroes was ik een puber. En toen kregen we wel eens random sollicitatietraining. Dat was nog voor de crisis, dus toen kregen we nog tips waar we later niks aan zouden hebben. Met later bedoel ik ‘de crisis’. Het moment dat mijn generatie zou (af)studeren en daarna de arbeidsmarkt op moest. We leerden hoe we sollicitatiebrieven moesten schrijven in een stijl waarbij we, een kleine vijf jaar later, keihard om werden afgewezen. ‘In het AD zag ik uw advertentie… blablabla… ‘

Sowieso had je er niks aan omdat er, een kleine vijf jaar later, vrijwel geen vacatures meer in de krant te vinden waren. Daarnaast leerden we ook wat je moest zeggen tijdens een sollicitatiegesprek. Zo moest je je talenten op een bescheiden manier belichten. Zo van: ‘Ik kan goed samenwerken punt.’

Een kleine vijf jaar later bleek dat dit niet zo goed was. Je moest zeggen: ‘Ik kan goed samenwerken. Dit heb ik laten zien tijden het project X, waarbij ik een platform heb gemaakt om mijn teamleden bij elkaar te brengen en ze te enthousiasmeren om meer leden toe te voegen. Het resultaat was een mooie bijeenkomst in Haren.’

En ons werd geleerd om je zwakke punten niet echt zwak te laten lijken. Dus je moest altijd zeggen: ‘Ik ben perfectionistisch.’

Want dat is wat de werkgever zoekt.

Nu zeggen mensen heel snel dat ze perfectionistisch zijn. Ik hoor namelijk best vaak mensen dit over zichzelf zeggen. Het is ook lekker veilig, want iedereen wilt wel eens iets perfects doen.

Oké, nu ik dit typ besef ik hoe vaak mensen van die loze uitspraken doen. Zo hoorde ik laatst een chick zeggen dat ze een fotografisch geheugen voor muziek heeft. Daarmee bedoelde ze niet zoiets als een muzikaal gehoor, maar meer dat ze de songteksten goed onthoud. Ik besloot daarop nog een slok van mijn wijn te nemen en stilzwijgend uit de situatie te stappen.

Maar goed, ik dwaal af. Wat ik bedoel is dus dat vrijwel de meeste mensen zichzelf perfectionistisch vinden, zonder dat ze precies weten wat het inhoudt.
Één van de kenmerken van hoogbegaafdheid is perfectionisme en ik ga proberen uiteen te zetten hoe perfectionisme mijn leven zo nu en dan beheerst.

Ieder weekend doe ik de was. De was moet op een bepaalde manier. Ik begin met de handdoeken-, theedoeken- en ondergoedwas op 60 graden. Ondergoed moet ik per se op 60 graden hebben en in een andere 60 graden was past het niet (ik doe het jullie niet aan om uit te leggen waarom niet). Daarna komt de witte 60 graden was, dan de 30 graden kledingwas en tot slot de 60 graden dekbed- en lakenwas. Ik was niks op 90 graden, want dat is slecht voor het milieu. Ik was niks op 40 graden, want dat kan niet ieder kledingstuk aan. De was moet op deze manier. Zo niet, dan moet de wasroutine over.

Niet dat ik dat doe, want slecht voor het milieu. Maar als het niet in deze volgorde gaat, dan voel ik me dagen erna onrustig en voelt de gewassen kleding niet goed. Mijn moeder deed laatst mijn was en deed alles (de horror!) samen in een 40 graden was. Hoe erg dankbaar ik wilde zijn dat ze mijn was had gedaan, hoe erg ik op het punt stond om te huilen: ‘Niet zo.’
Ook keek ik van de week een vlog op Youtube van een vrouw die ik niet eerder had gezien. Nu heb ik geen geduld om vlogs te kijken en daarnaast interesseert het leven van anderen mij ook helemaal niks, maar goed ik verveelde me. Ze stond voor een kast te praten en één van die lades stond een minuscuul beetje open. Uiteraard zag ik dat. Uiteraard begon ik mij te ergeren.
‘Doe die lade dicht’, riep ik tegen het scherm. Ondertussen kwam er een nieuw shot tussendoor en even later was ze weer terug bij de kast. Ik was woedend. Zag ze niet bij binnenkomst in deze kamer dat die lade ietsjes openstond? Ze kan zichzelf toch zien via de camera? Doe er wat aan! Ik stopte met kijken.

Ik pak ook nooit koekjes die gebroken zijn. Eieren waar nog veren aanzitten raak ik niet aan (ja ik eet hyper biologische eieren, dus daar zit vaak nog wat ‘viezigheid’ aan).

Mijn tandpasta moet exact eenderde van het borsteltje zijn, meer spoel ik meteen weg.

Ik schrijf teksten over als ik niet tevreden ben met het handschrift.

Ik stop met seks als het niet binnen drie minuten is zoals ik het wil.

Ik staar minuten lang in de spiegel om na te gaan of mijn zwarte broek nu wel of niet vervaalt is na de was van eergisteren. En wordt daar ook onrustig van als ik zie dat hij minder zwart is dan vorige week.

Ik word ook onrustig als iemand op het werk iets draagt wat niet past bij zijn huidskleur.

En als een klant mij belt terwijl hij een andere afdeling of organisatie nodigt heeft, dan trilt mijn mondhoek.

Ik ben zo’n type die ergens langs loopt en de lades sluit, opladers waar geen telefoon aanhangt uit het stopcontact haalt, de tv op stand-by zet, en papier uit de vuilnisbak vist en het bij  het oud papier dumpt.

‘Maar wordt je daar niet ongelooflijk moe van?’
Ja. Want ik heb de tic (of is perfectionisme een tic?) dat wanneer iets niet perfect loopt mijn kaken aan te spannen. Dan lijkt het net alsof ik me nergens druk om maak en heeft niemand echt door hoe merkwaardig ik ben. Ondertussen heb ik daardoor nogal afgetrainde kaken waar ik ook echt last van heb.

En ik word boos op collega’s die het niet doen op de manier zoals ik het wil en raak ik het grootste deel van de dag overspannen van die niet-perfect doende mensen. Soms is het zo erg dat mensen in paniek raken als ik mee kijk hoe zij een taak uitvoeren.
‘Euh, doe jij maar’, zeggen ze dan. En dan zucht ik heel hard en doe de taak dan super geïrriteerd voor ze.
‘Kun je dat nou nog niet?’, denk ik dan.

Dan ziet mijn leidinggevende mij werk voor andere doen en krijg ik in het volgende functioneringsgesprek te horen: ‘Je mag wel meer voor jezelf opkomen. Je moet je niet laten spannen voor het karretje van anderen.’
En dan span ik mijn kaken aan en zeg niks. Want dan ben ik boos dat hij niet inziet dat de rest hier niks van bakt en dat ik het werk maar doe, zodat we in ieder geval wat meer kwaliteit op de afdeling hebben. Dan zit aan het eind van de maand mijn kaak weer vast door de stress.

Een collega van mij is uitermate creatief en heeft zoiets als Architectuur of Bouwkunde gestudeerd.
‘Stacey, kun jij je pen lineair leggen aan je agenda?’, zei hij laatst geïrriteerd tegen me. ‘Nee’, bromde ik.
Zuchtend stond hij op en legde mijn spullen in lineaire lijnen op mijn tafel. Hij ging weer zitten en zei dat hij nu weer rustig was. Een beetje verbaasd vroeg ik waarom hij dit deed.
‘Het heeft te maken met figuren, de lijnen, lineariteit…’, zei hij terwijl hij het voordeed op zijn eigen bureau. Ik werd er rustig van. Hij stuurde mij later een test voor perfectionisten die hij ooit van een hulpverlener kreeg. Ik scoorde een 9 op een schaal van 10.