Vangen!

Stacey vangen’, hoor ik. Uit mijn ooghoeken zie ik een gele bom mijn hoofd naderen. In een reflex bescherm ik met mijn armen mijn hoofd en duik als een ware ninja richting de grond. Achter me hoor ik de bom ontploffen.

‘Mooie redding’, zegt een collega. Ik veeg het stof van mijn kleren, sta op en loop door naar het kopieerhok. Maar zo was het eigenlijk niet gegaan. In feite kwam er een harde tennisbal op mij af. Ik gilde vaag. Ik zwaaide onhandig wat met mijn armen om de bal te vangen, maar miste hopeloos. De bal stuiterde naast me op de grond. De collega die de bal gooide staarde me vol ongeloof aan. Ik lachte een beetje gek.

‘Ik ben niet zo goed met ballen…sport. Balsport. Sowieso… teamsport. Das ook vaak met een bal. Bal en teamsport’, mompel ik. Ik besefte hoe raar deze situatie was en hoe ik vooral mijn best deed om het nu compleet awkward te maken.

‘Dit is nog een puntje waar we effe aan moeten werken’, zei de collega. Sindsdien gooit hij vaak de tennisbal random mijn richting op. Je zou denken: oefening baart kunst. Maar bij mij niet. In die drie maanden tijd heb ik de bal pas één keer gevangen.

Mijn grove motorische vaardigheden zijn nogal roestig onderlegd. Ik ben nu ook op dat punt in mijn leven dat ik dat eerlijk toegeef. Automatiseren lukt gewoon niet zo goed. Ik heb dan in mijn hoofd wat ik moet doen, maar dan werken mijn spieren niet mee.

‘Ja maar Stacey, daar moet je niet over nadenken. Dat moet je gewoon doen.’ Nee, zo werkt dat niet bij mij. Ik moet over alles nadenken, echt alles. Dus ik denk na in welke hoek de bal op mij afkomt en hoe hard de snelheid van de bal is. Dat vergelijk ik in mijn hoofd met alle andere keren dat een bal op mij afkwam en ik hem succesvol ving. En dat zou mij dan moeten helpen om de bal succesvol te vangen. Of zo.

‘Maar wat is dit dan weer een complex gedoe?’ Hallo, hier typt een hoogbegaafd iemand. Dus dan krijg je dit. Anyway, door dit soort onzinnige gedachten vang ik dus vrijwel nooit een bal. En nee, die gedachten uitzetten gaat niet.

En ik heb wel vaak geoefend hoor. Zo moest ik wel eens na de gymles langer blijven om het bal vangen onder de knie te krijgen met de gymdocent. Naast het feit dat ik dit super gênant vond, deed het mijn zelfvertrouwen meer deuken dan dat het groeide. Voor mij was het een bevestiging dat mijn grove motorische vaardigheden toch echt wel te wensen over lieten. Overigens hielp het ook voor geen meter. Ik werd ietsjes beter in bal vangen. Gefrustreerd zei de gymdocent dat ik me te weinig interesseerde voor zijn vak.

Wat ook waar was. Niks vond ik nuttelozer dan leren om een salto te maken op een mat en bijna doodgaan omdat een klasgenoot je moest vangen, maar van schrik weg sprong. Waardoor je met een smak op de mat neerkwam en je hart oversloeg van schrik. True story. Mijn bff was bij de salto-les ook van een kast geflikkerd omdat een klasgenoot te laat was met haar op te vangen. Ik hoor haar nog gillen.

Maar ik dwaal af. De ontwikkeling van mijn grove motoriek was al behoorlijk slecht. Ik liep zo laat dat mijn moeder dacht dat ik wat mankeerde aan mijn benen. Toen ik eenmaal begon te lopen, rende ik diezelfde dag nog. Dat dan wel weer. Leuk feitje: ik begon pas te lopen toen ik cognitief werd uitgedaagd. Dat is ook wel de voorwaarde wil ik een bal vangen of poolen of weet ik veel wat. Zodra er een cognitieve prikkel is, lukt het wel. Zo heb ik in Israel de sterren van de hemel gepoold, omdat mijn pool tegenstander allerlei natuurkundige feitjes en formules op mij afvuurde. Ik teer nog steeds op mijn overwinning. Mooie avond.

Maar vaak is er geen cognitieve prikkel. Zoals ik ooit al eerder schreef, de blokkentest op de IQ test ging zo mis dat ze dachten dat ik misschien autisme zou hebben. Autisten bewegen namelijk anders en ik liet alle blokken vallen (ja dat ging echt niet goed). Dus zou ik autisme hebben.

Maar geen autisme dus, mijn oog-hand coördinatie is bij de grove motoriek bagger. Dus ik heb dat onderdeel lekker verpest omdat ik geen blokjes kan neerleggen.

Daarentegen is mijn fijne motoriek wel goed. Toen ik één was kon ik al met een pen over papier krassen en ging al gauw over op het natekenen van letters en cijfers. En nu kan ik, met zowel links als rechts, in één vloeiende beweging een winged eyeliner zetten. Ik kan trouwens ook geweldig koken zonder weegschalen en maatbekers. Maar dat vragen ze niet op IQ testen.

Naast lopen ging leren fietsen ook heel slecht. Ik dacht te veel na op de fiets waardoor ik steeds viel. En ik raakte ook nog eens gefrustreerd op mezelf waardoor ik nog meer viel. En doordat ik viel kon ik dat overdenken als ik aan fietsen dacht. Dus wilde ik op een gegeven moment alleen nog maar met skeeler- bescherming fietsen. Dat moet er echt belachelijk uit hebben gezien.

Zwemmen ging ook al niet. Dat mislukte zo erg dat mijn moeder met mij moest oefenen op vakantie, zodat ik niet te veel een achterstand zou oplopen. Maar toen ik baantjes trok in het zwembad op de camping raakte ik gefrustreerd. Ik dacht aan iedere beweging, ik dacht hoe moe ik van zwemmen werd en ik dacht dat ik het niet kon omdat ik extra moest oefenen. Toch haalde ik wel mijn achterstand in.

Autorijden was (en is stiekem) ook al zo’n drama. Ik deed er ruim een jaar over om het roze pasje binnen te slepen. Ik moest leren om niet verkrampt achter het stuur te zitten en het duurde lang voordat de auto niet afsloeg als we reden. Ik raakte gefrustreerd en overdacht iedere beweging die ik moest maken in de auto.

‘Niet denken maar doen’, zei de instructrice. Maar als dat voor mij net zo makkelijk was als voor iedereen, dan was ik niet hoogbegaafd geweest en bestond deze blog niet. Toch rijd ik helemaal niet slecht, maar autorijden is alles behalve ontspannen voor mij. Dus doe ik dat liever niet.

En dat vinden mensen dan gek enzo.

‘Heb je nooit geoefend met ballen vangen?’, vroeg de collega. ”

‘Zo vaak, antwoordde ik, maar dingen die voor jou goed werken, werken voor mij minder goed.’ Dat begreep hij niet. En ik deed ook geen moeite om het uit te leggen.

Dit jaar ben ik erachter gekomen dat ik niet slechter ben in dingen en dat ik geen beperking heb. Bij mij werken dingen gewoon anders. Daar kwam ik ook pijnlijk achter toen ik voor het eerst XTC nam. Maar daar volgende week meer over.