De toezichthouder #tbt

De toezichthouder #tbt

Het moment dat ik persoonlijk door de conciërge de aula werd geëscorteerd, voelde ik me best wel stoer. Mensen begonnen te klappen en mij aan te moedigen. Een aantal leerlingen volgden me zelfs mee richting het kantoor van de conciërge. Het was ook wel wat dat juist ik moest mee komen. Meestal als deze scenes voorbij kwamen, dan betrof het ook wel het tuig van de school. Die gasten die weigerden op stoelen te zitten, dus op de grond zaten of op de tafels. Of van die gasten die standaard prullenbakken omver trapten (nooit begrepen dit). Of van die gasten die blikjes en vieze boterhammen naar elkaar gooiden. En ik moet zeggen dat ik tot geen van de bovenstaande categorieën behoorde. Maar ik werd ook niet zomaar de aula uitgehaald. Het punt was dat ik al een tijdje het idee had dat één van de toezichthouders de pik op mij had. Ik kreeg van haar vaak de schuld van dingen die ik niet had gedaan. Dan liep ik bijvoorbeeld ergens en dan kwam zo’n een prullenbak omkegelen. Kreeg ik de schuld daarvan. Vaak was het zo onrechtvaardig dat medeleerlingen voor mij opkwamen en de dader zelf ook schuld bekende. Dat kwam zo vaak voor dat ik vaak tegen mij vriendinnen zei: “Ben benieuwd waar ik zo weer de schuld van krijg in de pauze”. Oké, ik kreeg niet altijd de schuld van dingen. Soms zat ze gewoon de hele pauze in een hoekje bozig naar me te loeren. Waar mijn vrienden en ik ons niet prettig bij voelden: “Wat kijk ze nou? Kan die bitch niet een keer de andere kant opkijken?”

Maar goed, wat ik had gedaan die dag. Ik zat een beetje te zitten in de aula en at mijn brood. Een groep meisjes voor ons was de hele pauze al luidruchtig. Toen ze de aula verlieten smeerden ze hun broodjes kaas over de tafel en gooiden daar boven cola. Compleet onnodig, maar dat doen pubers. Ik gooide mijn afval weg en moest langs die tafel. Opeens stond de enge toezichthoudster voor me en beval me mijn afval op te ruimen. “Eh, dat heb ik net gedaan”, lachte ik. Ze zei van niet en wees naar de vieze tafel. “Oh maar dat heb ik niet gedaan, dat waren die meisjes uit 4B”, zei ik. Ze blafte dat ik de troep die ik had gemaakt moest opruimen. “Maar dat is niet van mij. Ik eet geen boterhammen met kaas. Ik lust dat niet. Je kan mijn moeder bellen om dat na te gaan”, zei ik. “JIJ BENT ALTIJD BRUTAAL!”, schreeuwde ze en liep de aula uit. De hele aula was stil en keek mij aan. Ik vroeg mij nog af wanneer ik eerder zogenaamd brutaal was tegen haar, want dit was de eerste keer dat we meer dan drie zinnen met elkaar spraken. Zoiets als: “Ruim dat op!”. “Maar dat is niet van mij, maar van hem”. “Nee is van jou!”, riep ze dan. Random jongen: “Ja eh dat is inderdaad van mij. Ik ruim het wel op”. En dan keek ze me altijd aan van: “Kom je er mooi weer goed van af”. Of tenminste, ik denk dat ze zo keek.

Ik heb nooit begrepen waarom ze mij niet mocht, of waarom de Biologie docente mij niet mocht. Of die gast van 2A, of de meiden uit mijn klas, of een brugklasser die op de één of andere manier mijn naam wist. Op de middelbare school kwam ik erachter dat mensen zich kennelijk aan mij konden irriteren, zonder dat ik hen (bewust) in de weg zat. Achteraf gezien was ik gewoon anders. Ik deed altijd moeilijk en serieus. Ik lette niet op in de les, maar haalde wel goede cijfers. “Oh ik heb een vijf voor Frans, zei een klasgenoot een keer, maar vast niet zo rampzalig als Stacey want die wist nooit wat tijdens de lessen. Stacey wat heb jij?”. “Ik heb een negen”, zei ik kalm. Hij gooide een tafel om ver. Ik was rampzalig in gym; ik kon geen bal vangen en raakte snel overwhelmed door een spel als trefbal. Want je moet die ballen in de gaten houden, je moet vrij staan, die ballen vangen en die ballen zo gooien naar mensen dat ze geen pijn krijgen als de bal ze raken. Ze wilden me daarom op bijles gym. “Ik denk niet dat ik gym verder nog nodig heb in mijn carrière. Als ik later wil gaan sporten, dan zoek ik een sport uit die ik wel leuk vind. En dat is zeker geen trefbal”, aldus een puber Stacey. Ik vind het nog steeds een stom en gevaarlijk spel. Daarnaast had ik weinig vrienden, maar lag goed bij oudere jaars. Ik kwam op voor mensen die werden gepest en was daarnaast nooit onder de indruk van iets. Zelf dacht ik dat ik als een normale puber overkwam, maar nu ruim 12 jaar later begin zelfs ik daar over te twijfelen.

Toen ik het kantoortje van de conciërge had bereikt stond de halve aula voor de ramen om te kijken wat er gebeurde. “Jij volgt de regels niet op van de school!”, zei hij. “Welke regels?”, zei ik stoer. Hij haalde het bord met de schoolregels erbij. “Lees regel zes hardop voor!”, zei hij streng. “Iedereen ruimt zijn eigen rommel op”, las ik. “Ja! Goed zo! Iedereen ruimt zijn ei-gen rom-mel op”, zei hij op zo’n flauwe manier. “Ja, ben ik me eens. Ik vind ook dat de meisjes van 4B hun rommel moeten opruimen”, zei ik. En toen kwam er een discussie of het wel of niet mijn rommel was. Maar hij geloofde mij niet en dus dwong hij mij middenin de aula om de rommel op te ruimen. Ik weigerde. De aula joelde.
Een paar uur later werd ik uit de klas gehaald door de rector “vanwege een incident in de aula”. Het voorval werd besproken en de toezichthoudster had een dossier van mij aangelegd. Jeetje, waar haalde ze die tijd vandaan? Geen wonder dat er wat mankeerde aan haar oplettendheid. Het dossier eindigde dat ik altijd heel erg brutaal ben. En ik moest daarvan lachen, maar dat konden ook de zenuwen zijn. De rector was not amused en stuurde mij naar de aula, terwijl hij mijn moeder ging bellen.

Dat gesprek ging ongeveer zo. “Ik bel u omdat Stacey haar troep niet wil opruimen in de aula”. “Oh daar zou ze vast wel een reden voor hebben, Stacey kennende”, zei m’n moeder. “Ja, ze maakt het werk van de toezichthoudster al maanden tot een hel. Zo smeerde ze vandaag haar broodjes kaas over de tafel en gooide daar cola op. Ze weigerde dat op te ruimen”. “En terecht, want dat heeft Stacey niet gedaan. Stacey eet geen kaas en drinkt Wickey Aardbei bij haar lunch. Die toezichthouder was zeker mevrouw Halsma. Die heeft de pik op Stacey. Beter kijk jij of je personeel wel goed zijn werk doet, voordat je me hiervoor belt”. De rector kwam daarna de aula binnen en ging naast mij zitten. Hij gaf aan met mijn moeder te hebben gepraat en de andere toezichthouders. De andere toezichthouders gaven aan nooit problemen met mij te hebben. Hij bood zijn excuses aan. Een paar dagen later werd mevrouw Halsma overgeplaatst naar een andere locatie. Mijn moeder heeft de rector teruggebeld en bedankt voor zijn optreden.

Ik kwam de toezichthouder nog een keer tegen in het gemeentehuis met mijn vader. Ik was de folders aan het checken (deed ik altijd als ik bij een instantie kwam) en ik zag mijn vader ineens praten met mevrouw Halsma. Toen het gesprek voorbij was liep ik snel naar hem toe. “Pa, dat was mevrouw Halsma!”, fluisterde ik. “Oh, ik ga haar nu boos aankijken”, zei hij. Hij keek haar zo boos aan dat mevrouw Halsma zo schrok van hem en mij, dat ze gauw het gemeentehuis uitliep.

2 gedachtes over “De toezichthouder #tbt

  1. Middelbare scholen sucken. Ik moest ook altijd alleen vooraan bij de deur zitten, of op de gang omdat “ik er de hele tijd doorheen praatte” en soms als ik het niet was moest ik nog steeds het lokaal verlaten omdat hij zeker wist dat ik het wel was. En zelfs toen een vriendin zei dat ik het niet was maar dat zij het was, had hij daar niks mee te maken en moest ik nog altijd gewoon de gang op. Dag Martha.
    En als er dan een nieuwe docent was en ik zei dat ik Martha was zei de nieuwe docent 9 van de 10 keer: Oh dus jij bent Martha.. Heel typisch vond ik dat altijd.

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s