Hoe ik ineens niet meer slechthorend was #tbt

electronic-circuits-1002529_1920

‘Dit kind zou nooit goed kunnen horen. De doktoren hebben altijd gezegd dat ze haar handicap levenslang zou meedragen’, riep mijn moeder door de winkel.
We zaten in de audicien voor nieuwe hoorapparaten. Ik was net begonnen aan mijn studie en besloot om mijn ‘handicap’ maar te omarmen. Reden hiervoor was dat er een meisje op mijn studie ook slechthorend was. Op de eerste dag hield ze een korte presentatie over haar handicap en de aanpassingen die ze daardoor had. Iedereen klapten na afloop. Ik bewonderde haar om haar lef, want die had ik niet.

Sinds ik hoorapparaten had heb ik maar één keer een spreekbeurt erover gehouden. Maar dat moest. Ik wilde een spreekbeurt over dolfijnen houden, maar ik moest dit onderwerp kiezen van de meester en mijn ouders. Daarna vertelde ik alleen over mijn hoorapparaten als andere mensen ernaar vroegen. En dat was vrijwel nooit, omdat ik ze nooit in had.

Daarnaast praat ik ook bijna nooit over mijn hoogbegaafdheid. Misschien omdat ik nog steeds krampachtig probeer om ‘normaal’ te zijn, of omdat ik bang ben voor de reacties. Straks gaan mensen Rubiks kubussen naar me gooien die ik dan moet oplossen. Of moet ik ze verslaan met het aantal cijfers achter de komma noemen bij Pi. In beide heb ik me nooit verdiept.

Maar goed mijn moeder ging dus tekeer tegen het personeel van Hans Anders. Ik moest een piepjestest doen. Iets wat ik echt heel vaak heb moeten doen om mijn gehoor te testen. Je hoort verschillende piepjes met verschillende geluidsfrequenties. En dan moet je zeggen of je het hoort of niet. Niet een heel geschikte test voor een kind die achteraf gewoon concentratieproblemen bleek te hebben. Ik faalde er enorm op toen ik zes was.

Toen ik wat ouder werd kwam ik er achter dat het ook niet erg nodig was om me te focussen op de test. De piepjes werden iedere drie tot vijf seconden gepresenteerd. De kunst was om ‘ja’ te zeggen voordat er 6 seconden na het laatste piepje voorbij waren gegaan. Hierdoor ging de test wel z’n doel voorbij, maar voor mij betekende dat uitdaging!

De test bij Hans Anders deed ik op mijn negentiende en ik kon me gewoon concentreren op de test. Resultaat: u bent helemaal niet slechthorend. Mijn moeder was woest toen ze dat hoorde en liet dat ook erg merken. Hallo ADHD! M’n moeder schreeuwde dat ze een second opinion wilde en dat we daarom terug zouden gaan naar het audiologisch centrum. De doktoren daar zouden daar immers kunnen bewijzen dat ik levenslang aan gehoorverlies leed.

Ik vond het wel allemaal best. Ik had net aan m’n vriendje (nu ex) verteld dat ik slechthorend ben en hij reageerde er cool op. Een paar maanden later hadden we een afspraak bij het audiologisch centrum in het academisch ziekenhuis. Het was jaren geleden dat ik daar voor het laatst kwam. Ik kwam er tot mijn twaalfde en daarna hoefde het niet meer. Ik vond het nooit zo leuk daar. De testen en het wachten duurden altijd erg lang. Daarom was er een speelplaats gecreëerd in de wachtkamer. Ik vond daar nooit aansluiting bij andere slechthorende en dove kinderen. Zij schijnen elkaar prima te begrijpen, maar het was weer de groep en Stacey daar. Zoals altijd eigenlijk.

Ik begrijp soms niet dat een groep mensen bij elkaar kunnen komen, elkaar betekenisvol kunnen aankijken en denken: This is what this group is all about. Of ik lig meteen uit de groep, omdat ik met iedereen in de clinch lig. Of ik word gebombardeerd tot leider van de groep, omdat ik zinnige dingen schijn te zeggen. Beide rollen zijn niet ideaal, waardoor ik vaak als einzelgänger door het leven rol.

In het audiologisch centrum zat ik vaak in een hoekje de Nieuwe Revu (ja, echt waar) te lezen, dan dat ik een vader- en moederrollenspel deed met de rest. Wat ik sowieso nooit een leuk spel vond, want het spel was altijd één grote chaos. Iedereen praatte langs elkaar heen, en het kind dat altijd ‘hond’ wilde spelen spoorde echt nooit. Ik heb veel geleerd van de Nieuwe Revu.

Ik deed een piepjestest bij een medewerkster en wachtte met mijn moeder tot ik werd geroepen door de arts.
‘Zo Stacey, lang geleden’, mompelde hij.
Ik kon me die man werkelijk waar niet herinneren. Later zei m’n moeder dat hij ook een nieuwe dokter was. Hij vroeg welke mbo opleiding ik deed. Ik vertelde hem dat ik op de uni zat. Hij keek geschrokken op.
‘Uni? Wat bijzonder! Dat zien we hier niet vaak. Heb je dan ook vwo gedaan?’, vroeg hij. Ik knikte. Hij bleef herhalen hoe bijzonder dat was, en mijn moeder knikte blij. Ik wilde dat ik het net zo bijzonder vond, maar dat vond ik niet.

Ik wachtte namelijk nog steeds op het moment dat er een telefoontje zou komen.
‘Wij twijfelen aan uw inzet en daarmee de geldigheid van het diploma’, zou er dan gezegd worden. En dan moet ik op herexamen en weet ik helemaal niks. En nu bijna tien jaar later droom ik dat nog steeds.

De arts opende het rapport en was lang stil. Hij krabde op zijn achterhoofd. Wreef met zijn hand over zijn gezicht en speelde met zijn bril. Mijn moeder en ik keken elkaar zwijgend aan. Wellicht had hij iets ernstigs ontdekt.
‘Kijk, mevrouw, we moeten het wel in de tijdsgeest plaatsen enzo. Het was begin jaren negentig en we hadden ook nog niet zoveel kennis als dat we nu hebben. Want als we nu anno 2008 kijken naar de resultaten, dan zouden we concluderen dat zij helemaal niet slechthorend is’, begon de dokter.

Ik wist het! Ik wist het al die tijd!

M’n moeder begint te stotteren dat de doktoren altijd hebben gezegd dat mijn handicap levenslang zou zijn. De dokter antwoordde dat het misschien een goede ondersteuning voor me was. Dat ik door die hoorapparaten net wat meer hoorde en daarom net wat meer woorden kon oppikken. Doordat ik meer woorden oppikte deed ik het ook goed op school waardoor ik naar het vwo en de universiteit kon. Mijn moeder kon en kan daarmee leven. Ik niet. Want er is nooit door een hulpverlener destijds erkent dat ik gewoon al die tijd heel erg slim was. Een allochtoon meisje die heel erg slim is? Dat kon gewoon niet! Ik ga daar wel eens een keer een blog over schrijven.

En toen stonden mijn moeder en ik buiten en zeiden we niks. We hebben het er nooit echt over gehad. Volgens haar had ik die hoorapparaten vroeger echt nodig, want nadat ik ze had gingen mijn schoolresultaten omhoog. Dat is niet waar als je mijn rapporten vergelijkt. Ik weiger te geloven dat ik een slechthorend kind was. Want waarom kunnen we gewoon niet met z’n allen erkennen dat ik al die tijd gewoon heel erg slim was?

De arts zou de resultaten aan collega’s voorleggen om na te gaan of er sprake zou zijn van een medische fout. We hebben nooit meer wat van het audiologisch centrum gehoord.