Hoe de moed mij in de schoenen zakte #tbt

Hoe de moed mij in de schoenen zakte #tbt

In de categorie rottigste bijbaantje die je ooit hebt gehad

“Stacey, ik krijg zo twee belangrijke mode inkopers op bezoek en ik ben vergeten bloemen te kopen. Kun jij die zo even halen? Ik heb de bloemist gebeld dat hij binnen tien minuten een bos ter waarde van honderd euro moet leveren. Dus kun jij je even haasten naar die bloemist?”, de vrouw van mijn baas vroeg het eigenlijk niet. Het was meer een soort bevel. De kantine was stil. Iedereen keek ons zwijgend aan. Sowieso kwam mijn baas (wie was dat eigenlijk?) nooit naar de kantine en zijn vrouw al helemaal niet. Zijn vrouw kende iedereen bij naam, maar dat kwam ook doordat de bedrijfsleidster flink roddelde over ons. Ik hoorde dat een keer per ongeluk toen ik langsliep. Het verbaasde me ook helemaal niks.

Toen ik begin twintig was had ik een zomerbijbaantje in een exclusieve schoenenzaak. Dit weet bijna niemand omdat ik deze ervaring heb geschrapt van mijn cv. Omdat ik geen positief verhaal kan vertellen over deze ervaring. Wat ik ervan heb geleerd: Zo gaan we niet met mensen om. Het was misschien een beetje vergelijkbaar met The Devil wears Prada, maar het verschil was dat iedereen deed alsof hij belangrijk was: “Oh, morgen vliegen we naar Milaan voor een modeshow. Ben benieuwd wat Prada voor ons in petto heeft”. Alsof je wat kunt zien? Je zit niet eens front row en vanaf jouw plaats heb je een verrekijker nodig. Maar dat dacht ik alleen maar. Op de vakantiekrachten, zoals ik, werd vooral heel erg neer gekeken. Vreemd genoeg deden alle vakantiekrachten een universitaire opleiding. Het overige personeel deed een opleiding met mode, maar dat heb je niet op de uni. “Het is toch lachen dat mensen met een betere opleiding dan ons nu gewoon shit werk doen in het magazijn?”, hoorde ik de bedrijfsleidster een keer tegen een collega zeggen. En ik wilde weg. Maar ik had het geld nodig en het was ook maar voor zes weken. De crisis was in volle gang. Een tijdelijk baantje vinden was zo moeilijk, dat mijn mede vakantiekrachten en ik zelfs van geluk spraken dat we hier terecht konden. Maar eerlijk, in betere tijden had ik meteen mijn ontslag ingediend.

Het werk was ook echt shit. We moesten magazijnwerk doen. Drie keer per week kwamen grote dozen met ladingen schoenen binnen. Die dozen pakten we uit, sorteerden ze op merk en soort, haalden alle propjes uit de schoenendozen, plakten er prijzen op en zetten ze weg. Wat voornamelijk binnenkwam was de wintercollectie. Het was ook de periode dat UGGS nog erg in waren. Er werden zoveel UGGS ingeslagen dat we allemaal kapotte handen hadden van de schapenvachten aan de binnenkant. Er zitten echt superveel propjes in die UGGS. In het magazijn werkte een man, laat ik hem Hans noemen, die er al 15 jaar (!) werkte. “Hij is jullie baas”, zei de bedrijfsleidster. Toen ze weg was zei Hans dat hij niet onze baas kon zijn, omdat hij alleen zijn middelbare school had afgemaakt. Hans had een oud radiootje in het magazijn. Dat radiootje had hij een keer gekregen van de baas. In die zes weken had ik die baas maar twee keer ontmoet en hij keek dwars door mij heen. Het radiootje mocht, van die baas, maar op bepaalde momenten aan en er mocht niks anders geluisterd worden dan Q-Music. “Bullshit, zei ik een keer, die baas is nooit in het pand. En als hij er een keer is gaat hij nooit het magazijn in. Zet gewoon de radio de hele dag aan en zet hem op een andere zender”. Maar Hans durfde echt niet. Bang voor repressailles. En zo kwam het ook dat ik de muziek van Nicki Minaj uit die periode mee kan rappen. Let’s go to the beach, each. Let’s go get away.

De bedrijfsleidster was misschien nog wel erger dan de baas: “Oh Stacey, jouw dienst zit er over drie minuten op, lekker he? Maar dat betekent niet dat je afrondend werk kan doen in die drie minuten. Nee, werken houdt nooit op”. Ze pakte de oudpapiercontainer en gooide hem om midden in het magazijn. De hele vloer lag bezaaid met oud papier. “Ga maar lekker het papier nog kleiner maken, zodat er meer ruimte wordt gemaakt voor nog meer papier in de container”, zei ze en liep weg. Ik kon wel janken  had al een keer eerder gehuild om dit werk. Achter in een hoekje van het magazijn, waar geen camera mij kon registreren. Want zo paranoia waren ze ook wel. Zij bekeken je ook echt vanuit de camerabeelden. Zo wisten ze precies waar je was om je nog meer op te zadelen met shit klusjes. Ik werd boos van binnen. Het voelde zo onrechtvaardig. Terwijl iedereen acht uur per dag werkten, moesten de vakantiekrachten negen uur werken. Daarnaast kregen we vreemde klusjes. Zo moesten we een keer schoonmaken in een penthouse van de baas. Of die keer dat we twee dorpen verderop een oude opslagschuur van de baas moesten schoonmaken. Ik heb serieus nog nooit zoveel spinnen bij elkaar gezien. Of we moesten met het openbaar vervoer schoenen afleveren aan de vrouw van de baas, omdat die liever thuis schoenen paste dan in de winkel. Overigens mochten we nooit tegelijk met z’n drieën deze klusjes doen. We werkten in shifts waarbij we elkaar aflosten, want “anders wordt het te gezellig”. De reiskosten heb ik nooit vergoed gekregen.

Op onze laatste dag wilde ik mijn personeelspasje inleveren en meteen weg gaan, maar één van de andere vakantiekrachten haalden mij over om nog even gedag te zeggen aan de bedrijfsleidster. “Je krijgt van mij geen bloemen en ik zeg je ook geen gedag. Want ik weet Stacey, dat wij elkaar een keer terug gaan zien. Jij komt hier gewoon weer terug in dienst”, zei ze hooghartig. Ik heb nog nooit zo’n raar afscheid mee gemaakt.

Terug naar het kantinemoment. “Nee, ik heb pauze”, antwoordde ik haar. Iedereen keek me geschrokken aan. Ja haha, ik zei gewoon nee tegen de vrouw van de baas! En dat had ze ook niet verwacht: “Maar ik heb die bloemen wel binnen tien minuten nodig!”. Er klonk paniek uit haar stem. “Weet je, ik haal die bloemen wel. Maar dat is wel ten koste van mijn pauze tijd. Dus als ik terug kom wil ik nog een half uur extra pauze”, zei ik. Hier deed ik een yolo nog voordat yolo bestond. Ze ging nog akkoord ook. Bij terugkomst zette ik de bloemen in een vaas met water en zette ze op de tafel voor de vergaderruimte. Aan het eind van de dag kwam ze naar me toe in het magazijn. “Bedankt, ik wilde effe zeggen dat ik je houding vanmiddag bewonderde. Jij komt wel ver in het leven. Iets wat ik niet kan zeggen van mijn overige personeel”, zei ze. Ik wist niet hoe ik dit moest opvatten.

Een half jaar later liet ze haar assistent mij smekend opbellen om bij ze te komen werken. Ik kreeg zelfs een vast contract aangeboden. Ik weigerde. Onlangs kwam ik haar weer tegen in de Albert Heijn van de sjieke wijk waar mijn moeder woont. We stonden stil en keken elkaar voor een minuut aan. Ze knikte en liep gauw door.

 

 

 

Een gedachte over “Hoe de moed mij in de schoenen zakte #tbt

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s