Hoe ik voor mezelf opkwam in Bali #tbt

Hoe ik voor mezelf opkwam in Bali #tbt

Al ruim twee uur zat ik in de taxi rondjes te rijden. We reden in een hard tempo. De chauffeur scheurt door het chaotische verkeer heen. Onderweg rijden we twee motorrijders aan maar niemand schijnt het (op een scheldpartij na) het echt erg te vinden. Ik weet niet of ik bang moet zijn of dat ik uit de auto moet stappen en een andere taxichauffeur moet zoeken. De twijfel blijkt achteraf gezien het grootste nadeel te zijn van alleen op vakantie te zijn op Bali. Je hebt niemand om mee te overleggen. Niemand om mee te kletsen. Niemand waaraan je je kapot kan ergeren en niemand met wie je op stap kan. Het klinkt cliché maar tijdens die vakantie kwam ik tot inzicht dat twee meer zien dan één. En dat had ik nooit geweten.

De kluizenaars levensstijl zat er namelijk al vroeg in bij mij. Zo vroeg dat mijn moeder zich zorgen maakte of ik wel genoeg onder de mensen zou komen. Om te voorkomen dat ik me op een dag zou terugtrekken in een hutje op de hei, schreef ze me in voor allerlei sociale activiteiten. “Het is ook belangrijk dat je leert om voor jezelf op te komen”, zei ze vaak. Zo schreef ze me ooit in voor Tafeltennis. Ik vond dat echt geen zak aan. Iedere maandag had ik les in een dorp verderop. Omdat het niet echt een fysieke sport is moesten we eerst een paar rondjes in de gymzaal rennen. Daarna werden we ingedeeld in duo’s en speelden we enkele potjes. Super saai. Aan het eind van de les deden we Rond om de Tafel, waarbij ik er altijd als eerst uit lag. Het was zo saai dat we altijd van die lame gesprekken met elkaar hadden. “Ik had een 8 voor rekenen. Jij dan?”. “Wij doen niet aan cijfers. Ik had een Goed”. “Oh wat is een Goed dan?”. “Gewoon goed”. “Zoiets als een 8?”. “Denk het”. Op een gegeven moment gaf de gemeente niet meer genoeg subsidie voor de club. De club werd daarom opgedoekt. Toen de trainers deze droevige informatie aan ons vertelden, juichte ik van binnen. Eindelijk kon ik met een geldige reden van deze rare sport af. Later vroeg ik mijn moeder waarom ik nou juist op tafeltennis moest. “Zodat je meer onder de mensen zou komen. Je zat de hele dag maar op je kamer en tafeltennis was wel een rustige sport voor je”, zei ze. Nu blijkt het geval dat rustige sporten juist niks voor mij zijn. Hoe extremer de activiteit, hoe beter ik erin word. Maar daar kwam ik pas achter nadat ik me zelf inschreef op Kickboksen.

Tijdens de bizarre taxirit op Bali voelde ik me bizar rustig. Het moet de adrenaline zijn geweest. Hoe spannender de situatie, hoe rustiger ik word. Ik slaap bijvoorbeeld ook alleen in een vliegtuig nadat we turbulentie hebben gehad. Mijn taxichauffeur was een jonge jongen. Ik vermoed niet ouder dan twintig. Hij appte ook tijdens het rijden. Levensgevaarlijk. Vooral op een eiland als Bali. Even twijfelde ik of we een auto-ongeluk zouden krijgen en dat het slecht af zou lopen, maar iets zei me dat dat absoluut het geval niet zou zijn. We reden een klein dorpje binnen waar enkele huizen stonden. Het dorp was versierd met Hindoeïstische poppen, wat er nogal scary uitzag in het donker. De chauffeur parkeerde de auto en begon te bellen. Ik hoorde hem druk praten. Ik had geen idee waar hij het over had. In een flits bedacht ik me dat hij ook zijn vrienden kon bellen om enge dingen met mij te doen. Hij hing op. “Are you lost?“, vraag ik. “No, I know the way. I ask“, antwoordt hij en loopt de auto uit naar een telecomwinkel. Ik zie dat het meisje achter de balie ook niet weet waar mijn hotel ligt. Zou ik de auto uitvluchten? Maar ik heb ook geen idee waar ik ben. De meter is aardig opgelopen. De rit kostte normaal omgerekend zeven euro. We zaten nu op dertien. De jongen komt terug de auto in. “Do you know the way to my hotel?“, vraag ik. “Yeah“, antwoordt hij onzeker. We reden verder. Helaas was het niet de eerste keer dat een taxichauffeur hier de route niet wist. De vorige keer deelde ik een taxi met een groep Britse mannen en reden we ook alleen maar rondjes. Toegeven dat hij de weg niet wist, durfde de chauffeur niet. Nu waren die Britten nogal dronken en begonnen luid geïrriteerd te doen, waardoor die arme man nog meer in paniek raakte. Toen we uiteindelijk onze bestemming hadden bereikt rookten we een sigaret en dronken een sterk drankje, waardoor we de hele nacht door stuiterden. Achteraf bleek die nacht de enige toppunt van de vakantie.

De taxichauffeur vroeg of ik mijn navigatie op mijn telefoon kon aanzetten. Ik weigerde. Ik had geen zin om hoge internetkosten te betalen en hij had gezegd dat hij wist waar mijn hotel stond. Hij zei dat hij het nog steeds wist. Ik vroeg waarom we alleen maar rondjes reden dan? Hij gaf daar geen antwoord op. Ik wilde naar het hotel. Ik had behoefte aan een Bintang en een douche. We reden. Op sommige plekken was het pikdonker. Als hij me wat aan wilde doen, dan had hij nu alle kans. We stonden weer stil. Weer belde hij een nummer. Ik hoorde een zware mannenstem aan de andere kant van de lijn. Toen hij ophing vroeg ik wie dat was. “My boss“, zei hij. Volgens mij was hij ook te jong om taxichauffeur te zijn. Ik had het idee dat hij wellicht geen rijbewijs had of dat hij überhaupt in dienst was van het bedrijf. Op een gegeven moment reden we langs een altaar. “Stop!”, riep ik. Het altaar herkende ik. We waren vlak in de buurt, maar welke kant van het altaar het hotel lag was me even niet helder. Het was zo donker. In mijn hoofd probeerde ik te oriënteren en al gauw kwam ik erachter dat we naar links moesten. Dat bleek juist te zijn. Ik herkende de wasserette die op de route lag. Het idee dat ik eindelijk deze auto uit kon luchtte me op. De chauffeur stopte de auto in een steegje bij het hotel en begon weer te bellen. Stacey, het kan nu zijn dat hij al z’n vriendjes erbij roept en dat je geen leuke tijden gaat beleven, sprak ik mezelf toe. Ik wierp een blik op de meter. We zaten op zeventien euro. Tien euro meer dan wat de ritprijs zou moeten zijn. Nu is zeventien euro voor drie uur taxi rijden niet bepaald duur. Toch zei iets in mij dat ik vooral geen zwakte mocht tonen. “About that meter… You were lost and thanks to that is the price higher than an ordinary ride“, begon ik. De chauffeur knikte. “I’m not going to pay the whole price“, vervolgde ik. De chauffeur gaf aan dat ik die prijs moest betalen, want dat stond op de meter. Bullshit. Helaas had ik alleen groot geld bij me. Ik gaf het hem en eiste geld terug. Ik wilde niet meer dan tien euro voor de rit betalen, dat leek me wel een schappelijke deal. Hij gaf me omgerekend een euro terug. Dat betekende dat ik ongeveer 22 euro zou betalen. “Oh no, lachte ik, give me more money back“. Hij gaf me een waardeloos briefje terug. “Give. Me. Your Money“, zeg ik kalm. Hij keek me met grote ogen aan en haalde meer geld uit zijn heuptasje. Ik telde het geld en het was amper wat. “Give me all of them! Give me all the money you have! Is that all you have? Give me more!“, roep ik. Geschrokken leegde hij zijn zakken, gaf hij de inhoud van zijn heuptasje en ergens uit de auto kwam ook nog geld. Ik vond het wel genoeg en stapte de auto uit richting het hotel. De chauffeur reed gauw weg. De portier van het hotel deed het hek open en keek verbaasd naar het geld. Ik legde het geld op een tafel in de lobby. Ik wist niet dat ik dit in me had. In mijn vorige leven was ik vast een handlanger van The Godfather. In mijn hotelkamer telde ik het geld. Het was ongeveer elf euro. Ik ging in bed liggen en voelde me als een rijke westerling die geld aftroggelde van arme locals. “Van alleen op reis leer je jezelf echt kennen”, zeiden verschillende mensen tegen me. Ik wist ineens niet meer of ik mezelf wilde leren kennen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s