Je hebt ADHD, gefeliciteerd! #tbt

pens-1803673_1920

 

Zo begon iedere ADHD Volwassenen Praatgroep. Voor die positieve vibes enzo

Het was de één na laatste bijeenkomst. Het Persoonlijke Doelenbord werd geëvalueerd. Achter iedereens naam stond een persoonlijk doel en daar achter de weekvoortgang. Achter mijn persoonlijk doel ‘De administratie op orde hebben’ stond al sinds week twee een smiley. Ik was de eerste, en later ook, de enige die haar doel had behaald. De overige acht bijeenkomsten zat ik verveeld in mijn obesitasstoel te hangen. Na ons kwam namelijk de Obesitas Praatgroep en kennelijk waren de psychologen te lui om de stoelen te wisselen. En ik moet zeggen, die stoelen zaten niet onaardig.

‘Weet je wat mij echt tegen zit? Dat wij hier allemaal moeite doen om ons doel te behalen en dat Stacey na twee weken gewoon haar doel behaalt en ook geen enkele moeite doet om een nieuw doel te stellen!’, roept een mannenstem uit het niets. Laat ik hem Tom noemen, een businessanalist voor een bekend financieel bedrijf. Hij is er, na jaren van strugglen, onlangs achter gekomen dat hij ADD heeft. De puzzelstukjes vielen bij hem op zijn plek. Naast de praatgroep krijgt hij extra begeleiding om zijn ADD een plekje te geven. Toms stem onderbreekt mijn gedachtes en ik kijk hem verveeld aan. Het is nu ongemakkelijk stil.
‘Stacey, wil jij daarop reageren?’, vraagt één van de psychologen.
‘Nee, hij heeft gelijk’, antwoord ik onverschillig.
‘Maar wil je dan geen extra doel doen?’, vraagt ze.
Ik schud van niet.
‘Is dit allemaal te makkelijk voor je?’, vraagt ze terwijl ze aantekeningen maakt.
Ik antwoord dat ik alles bij iedereen wel herken, uitstelgedrag, afdwalende gedachtes, het denken in plaatjes, snel afgeleid zijn, maar dat ik daardoor niet negatief naar mezelf kijk. Iemand vraagt mij waar ik dan wel negatieve gevoelens van krijg. Ik zeg dat ik het niet weet.

Maar dat is gewoon niet waar!

Mijn overall mood zou ik kunnen beschrijven als een existentiële depressie. Het idee dat ik hier zou moeten rondlopen totdat ik sterf beangstigt me. Sterven is voor mij altijd de enige oplossing geweest om te ontsnappen aan dit leven. Vanaf het moment dat ik bewust werd van mijn zijn, wist ik dat ik nooit gekozen had om hier rond te lopen. In ieder geval niet in de gedaante van hoe ik ben. Ik zou het kunnen omschrijven als een soort levensmoe. Het leven biedt mij zo weinig uitdaging dat ik niet weet of ik van significant belang ben hier op aarde.

Het is behoorlijk deprimerend als je nooit geleerd heb om ergens je best voor hoeven te doen, omdat je zonder enige moeite toch wel zou slagen. Of dat je dingen zo snel ziet en door hebt. En iedere keer dat wachten, wachten totdat de rest het ook ziet en het doorheeft.

Daarnaast ben ik extreem gevoelig voor onrechtvaardigheid. Ook al kan ik er niks aan doen dat er elders op de wereld vrouwen en kinderen als slaven worden verkocht, het feit dat ik in dezelfde wereld leef en niks doe kan mij een avond depressief maken. Door mijn bestaan voel ik mij verantwoordelijk voor het leed op aarde.

‘Trek het je niet zo aan, zeggen mensen wel eens, Ik maak mij ook wel eens zorgen.’
Of zoals ze tegen ADHD-ers zeggen: ‘Ah joh, ik vergeet ook wel eens mijn huissleutels.’ Het idee dat mensen je gevoelens en problemen bagatelliseren begreep ik dan weer wel bij de ADHD praatgroep. Alleen voelde ik me ook in deze groep weer net iets anders dan de rest.

Intussen was Ellen aan de beurt. Ze heeft moeite met het huishouden.
‘En dan morgen is het wasdag! En dan het idee dat ik al die was nog moet doen. Ik vind dat zo lastig. Ik weet niet waar ik moet beginnen’, huilt ze.
De groep knikt instemmend. Ik ben de enige die niet knikt. De psycholoog ziet dat en maakt een aantekening. Ellen gaat verder hoeveel moeite ze heeft met het huishouden. Het is een wekelijkse strijd. Het is zo veel! Ze ziet door het bomen het bos niet meer. Ze krijgt tissues van Vera. Ellen snuit ze vol. Ik besteed nauwelijks aandacht aan haar verhaal en teken in mijn werkboek. De psychologen vragen of iemand een oplossing heeft voor Ellen. Niemand reageert. En eerlijk, ik weet niet wat er was, maar het volgende gebeurde met mij.

Ik ontplofte ineens.

‘Ellen, ik snap het probleem niet, begon ik woedend, het is maar het huishouden. HET HUISHOUDEN. Het is niet je leven, slechts een onderdeel daarvan en ook niet het belangrijkste onderdeel daarvan. Als je het niet zitten met de was morgen, dan doe je het toch lekker niet? Laat iemand anders het doen. Huur een schoonmaakster in. Waarom doe je zo moeilijk?’
Het is doodstil. Tom kijkt mij afkeurend aan en schudt zijn hoofd. De psychologen maken driftig aantekeningen.
‘Stacey, wij focussen ons hier vooral op positiviteit en het behalen van doelen. Dat jij jouw doel al hebt bereikt betekent niet dat het voor een ander ook zo makkelijk is’, zegt er één. Ik was nog niet afgekoeld. Om verdere escalatie te voorkomen, zucht ik diep en begin weer te tekenen. De bijeenkomst wordt hervat. In de pauze komt één van de psychologen naar mij toe. Ze stelt voor dat ik binnenkort langskom.
‘Want ADHD is het niet echt, he? Ik denk dat er meer aan de hand is’, zegt ze. Ze blijkt daarmee later autisme te bedoelen en dat kun je teruglezen in mijn vorige tbt.

De laatste bijeenkomst is het de bedoeling dat we voor iedere medecursist een kaartje schrijven. Ik heb er daadwerkelijk moeite mee. Ik lag buiten de groep. Ik had met niemand echt een connectie en mijn uitbarsting bij de vorige bijeenkomst maakte ook niet veel goed. Dus schreef ik maar van die geijkte oneliners: ‘Blijf wel lekker je gevoel voor humor behouden’, ‘Jij komt er wel!’, ‘Op, op, op, zet ‘em op!’, en meer van dat soort vage ongein. De persoonlijke boodschappen konden we in kistjes doen waarop de naam van de persoon stond. Aan het einde van de bijeenkomst krijgt iedereen zijn kistje mee naar huis. Thuis lees ik mijn boodschappen. Op die van Tom staat: ‘Stacey, ik vraag mij nog steeds af wat jij hier doet.’

Voor de geïnteresseerden: ik had op die van Tom gezet: “Alleszz komt goed”