Autisme en waarom denk je dat? #tbt

Autisme en waarom denk je dat? #tbt

“Maar denk je zelf ook dat je autisme hebt?”, vraagt de psycholoog. “Nee, niet bepaald”, antwoord ik vol ongeloof. “En waarom denk je dat?”, vraagt ze. “Omdat ik weet wat de kenmerken van autisme zijn en ik mezelf daar totaal niet in herken. Maar valt je dan bijvoorbeeld niet op dat ik gewoon oogcontact met je maak en nog best wel redelijk dit gesprek kan voeren?”, antwoord ik irritant. Toch wil ze dat ik een autisme test maak. Ze loopt de kamer uit om de test te pakken. Geïrriteerd leun ik achterover in mijn stoel. Dit is misschien wel de derde keer dat men het vermoeden heeft dat ik autisme heb. Maar hoe erg ik ook opzoek ben naar een verklaring voor mijn gedrag, ik weet dat ik geen autisme heb. Misschien ook wel door het feit dat ik het zeer lastig vind om met autistische mensen om te gaan. Voor mijn studie zijn we een keer op excursie geweest in een opvang voor kinderen die niet meer thuis konden wonen door hun autisme. Ik zette twee stappen in de opvang en was getuige van een kind dat een meltdown kreeg. Ik wilde naar huis. Ik ben trouwens ook een keer aangevallen door een zwaar autistisch kind van een kennis van mijn moeder. Alhoewel ik wist dat hij er niks aan kon doen en dat ik even op de verkeerde plaats op het verkeerde moment was, wilde ik gewoon naar huis. Het is gewoon niet mijn roeping.

Toen ik in de kleuterklas kwam ben ik daar gestopt met praten. Ik kon al vrij vroeg praten en praatten mijn ouders thuis de oren van hun hoofd. Zodra ik naar de basisschool ging kon ik alleen nog maar apathisch voor mij uit staren. De juf vroeg aan mijn moeder of ik wellicht autistisch kon zijn. Ik kon namelijk uren puzzels maken, maar echt contact leggen met mijn medeklasgenootjes deed ik niet. Of ik zat in mijn eentje in de leeshoek of zat ik uren met de jongens in de bouwhoek. Maar echt contact maakte ik niet. Ik zei ook helemaal niks. Mijn moeder begon na te denken en dacht dat ik misschien wel inderdaad autistisch kon zijn. Ze herkende het wel dat ik uren met puzzels en technisch speelgoed bezig kon zijn. Of dat ik gefascineerd was door cijfers en letters. Of dat ik nooit met leeftijdsgenootjes speelde, of nou ja amper. Nu was, of is, het ook zo dat vaak ook meerdere mensen in de familie autisme moeten hebben. Mijn moeder dacht erover na wie autisme heeft. Na lang nadenken kwam ze uit op de zoon van een achtertante van mijn vader. Mijn achter-achter neef dus, alleen kreeg hij autisme vanwege complicaties bij zijn geboorte. Hierdoor vond mijn vader het nogal ver gaan om te zeggen dat autisme voorkomt in de familie. Hij vond mij niet autistisch en keek uit naar het moment dat ik Dr.Dr.Ir. Stacey zou worden. Autisme was voorlopig van de baan.

In de brugklas belandde ik al snel in het bespreekdossier. Echt vrienden had ik niet, slechts één bff die nog steeds mijn bff is (shoutout naar Mirjam!). Ik maakte met vrijwel niemand contact en als ik contact maakte kwam er een sarcastisch zinnetje uit mijn mond. Hierdoor lag ik niet lekker in de groep en deed ook geen enkele moeite om erbij te horen. Daarnaast bewoog ik mij zo houterig als een plank bij gym en deed ook geen moeite om gezellig met de gymles mee te doen. Een gesprek met mijn moeder volgde. Ze vertelden mijn moeder dat ik op sociale vaardigheden moest en op bijles gym. Mijn moeder werd boos. Ze konden mij toch niet zomaar afrekenen op mijn handicap? Ze moesten als docenten toch weten dat slechthorende kinderen meer moeite moesten doen om mee te komen, omdat zij niks hoorden? De docenten interventie was van de baan. Toen ik een aantal maanden later alleen nog maar depressief op mijn kamer zat en ik ook thuis gestopt was met praten was ik rijp voor de kinderpsycholoog. De kinderpsycholoog stelde mij allerlei vragen waaruit ik kon opmaken dat hij mij wellicht geen sociaal persoon vond. “Maar wordt jij niet gepest omdat jij gewoon niet begrijpt wat je klasgenoten aan het doen zijn?”, vroeg hij een keer. Dat was ook meteen het moment dat ik mijn vertrouwen in de GGZ verloor. Thuis schreef ik een dagboek vol over die man. “Jaap is een man die denkt dat hij alles over mij weet, maar eigenlijk weet hij helemaal niks en kan ik hem makkelijk om de tuin leiden”, schreef een 14- jarige Stacey. En ja, hij heette echt Jaap. Jaap vond dat ik een vragenlijst moest invullen zodat hij kon achterhalen wat er met mij aan de hand was. Hij vroeg ook of ik interesse had in een autisme praatgroepje voor jonge meiden. Nee. De vragenlijst bestond uit ruim 700 vragen en eerlijk, ik wist allang wat er met mij aan de hand was. Depressie met suïcidale gedachtes, maar no way dat ik Jaap dat gunde. Ik vulde de lijst zo in dat er niks uit kon komen. “Wat denk je ervan?”, vroeg Jaap nadat hij de lijst had geanalyseerd. “Er komt niks uit”, antwoordde ik. Jaap vroeg waarom ik dat dacht. “Omdat ik hem zo exact heb ingevuld”, antwoordde ik. Dat kon niet volgens Jaap, maar er kwam inderdaad niks uit. Hij vroeg nog of ik toch niet naar het praatgroepje wilde? Ik bedankte ervoor.

En nu terug naar de psycholoog waar ik op 24- jarige leeftijd zat

Ze kwam terug met een korte vragenlijst. De lijst zou een indicatie geven of vervolgonderzoek naar autisme nodig was. “Ik wil hem wel invullen hoor, maar ik kan hem zo maken dat er toch niks uitkomt”, zeg ik verveeld. Dat was niet mogelijk volgens haar. Ik maakte de test. Halverwege riep ik dat het een oneerlijke test was, want ik kon niet kiezen tussen een avondje in een drukke kroeg staan of een avondje theater. “Beide zijn stom!, riep ik, en het hangt ook af met wie je gaat en wat mijn overall mood is”. De psycholoog keek me verbaasd aan en zei dat ik vooral door moest gaan met invullen. Braaf vulde ik de test in en gaf haar het blad terug. Ze berekende de score en kwam tot de conclusie dat er niks uitkwam. “Ik zei het toch?”, zuchtte ik. Gefrustreerd keek ze me aan. Ik zag aan haar dat ze niet wist wat ze met me aan moet. “Maar je hebt er wel een hekel aan als mensen je aanraken”, zegt ze. “Ja ik haat het als mensen aan me zitten. Blijf gewoon van me af. Maar ik vind het niet altijd erg… Maar maakt mij dat dan meteen autistisch? Of gewoon dat mijn ADHD- diagnose mij gewoon niet volledig omvangt? Dus dan ben ik meteen maar autistisch? PDD-NOS omdat jullie het niet weten?”, praat ik op een snelle en geïrriteerde toon. “Je kan wel een soort hoge autist zijn, omdat je intelligentie veel opvangt. Net zoals met je ADHD- diagnose”, zegt ze met een lichte paniek. “Sorry, maar ik hoef geen extra diagnose erbij omdat jullie mij niet begrijpen”, antwoord ik boos. Even is het stil. Ik zie dat ze het ook niet meer weet. “Weet je, ik sluit het dossier. Ik denk dat je hoogbegaafd ben, maar daar heb ik geen expertise in. Zoek dat maar verder uit.” Vijf minuten later sta ik weer buiten en typ “kenmerken van hoogbegaafdheid” in in Google.

 

3 gedachtes over “Autisme en waarom denk je dat? #tbt

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s