#3 Is dat wel hoogbegaafd?

#3 Is dat wel hoogbegaafd?

Bezweet sta ik in een hoekje mijn naambordje op te spelden. We staan allemaal op een kluitje. Een aantal mensen kijken mij aan en twijfelen een gesprek te beginnen. “Liever niet”, straal ik uit en hoop dat iedereen mij vooral met rust laat. “Oh, sta ik in de weg?”, hoor ik verscheidene mensen een paar keer zeggen. Ik snap niet waarom we hier op een kluitje blijven staan. Zo blijven we elkaar in de weg staan. Ik heb zin in koffie en loop naar de koffietafel. Er staan verschillende kannen. Omdat ik geen zin heb om per ongeluk thee in te schenken vraag ik aan één van de organisatoren welke kan voor koffie is. “Die daar, want daar staat ‘koffie’ op, he”, zegt ze op een bijna minachtende toon. Ik trek een wenkbrauw op. Ze kijkt mij aan en ik merk dat ze me niet mag. Dus mag ik haar vanaf dit moment ook niet. De koffie is lauw en ik drink het in één teug leeg. Op het moment dat ik een gesprekje wil aanknopen met een jongeman naast mij begint een vrouw uit het niets tegen mij te praten. Waar kwam die ineens vandaan? “Kom je hier vaker?”, vraagt ze. Ik lieg dat het mijn achtste keer is. Ze vertelt dat ze een eigen bedrijf heeft omdat ze niet tegen een leidinggevende kan. Ik geloofde niks van dat laatste. Daarnaast vertelde ze dat ze de humor van collega’s toch niet begreep, want woordgrapjes zijn toch veel leuker? Ik wilde bijna opmerken dat ze de kenmerkenlijst van hoogbegaafde volwassenen uitstekend uit haar hoofd had geleerd, maar ik houd me in. Ik was hier toch niet gekomen om nieuwe vrienden te maken.

Tijdens het inhoudelijke gedeelte word ik uitgenodigd om bij haar en een andere vrouw te zitten. Ik had niks met ze. Met niemand eigenlijk. Ik steek ook af vergeleken met de rest. Ik ben de enige die kennelijk nog wat geeft om de laatste mode. Naast mij hoor ik een man op agressieve toon praten hoe hij zijn baas voornamelijk dwars zit. Want hee, hij is hoogbegaafd en ze moeten hem maar accepteren zoals hij is (briljant). Hij begint steeds harder te praten. De frustratie zit kennelijk diep. Zijn vrouwelijk gesprekspartner kan zich niet vinden in het verhaal. Dat zegt ze niet, maar dat zie ik aan haar. Ik kijk achterom en heb oogcontact met een man die mij onderzoekend aan kijkt. Ja, ik zie er jonger uit dan ik ben. “Misschien kunnen we Stacey ook betrekken in het gesprek”, hoor ik naast me. Nee. De vrouwen draaien mijn kant op. “We hebben het over depressies. Heb je daar ook last van?”, vraagt ze. Ik zeg dat ik veel huil maar dat depressies een groot woord is. De vrouwen knikken en kijken mij beide net iets te lang onderzoekend aan. Één vraagt waarom. Ik leg uit dat ik soms een intellectuele uitdaging mis, soms een gevoel van herkenning mis en me daarom soms leeg en uitgeput voel. Maar dat ik sinds kort een coach heb die mij helpt om om te gaan met mijn hoogbegaafdheid. “Maar is hij wel zelf hoogbegaafd?”, vraagt er één. “Ja”, zucht ik.

Het inhoudelijke gedeelte was uiterst boeiend. Hieronder een reconstructie wat kenmerkend is voor iedere bijeenkomst (en de reden dat ik met niemand praat daar).

Vrouw 1: “Kunnen we terug gaan naar de vorige sheet? Ik zag daar namelijk dat er aan het onderzoek maar 33 mensen mee deden. Dat is toch niet representatief?”
Spreker: “Dat zei ik net ook.”
Vrouw 1: “Maar dat staat niet op de sheet! Het was fijn als je dat ook op de sheet vermeldde. Voor de volledigheid enzo.”

Man 1: “Ik herken mij totaal niet in de kenmerkenlijst!”
Spreker: “Wat herken je niet?”
Man 1: “Het hebben van snelle humor. Heeft dat wel te maken met hoogbegaafdheid?”
Vrouw 2: “Heeft dat ook niet te maken dat je ook Asperger hebt?”
Man 2: “Man 1, je herkent je vaker niet. Moet je dat inderdaad niet zoeken bij je autisme in plaats van je hoogbegaafdheid?”

Man 3: “Ik vind het jammer dat er geen aandacht wordt besteedt aan hoogsensitiviteit.”
Organisator: “Dat is weer een andere bijeenkomst.”
Vrouw 3: “Nou ik was vanochtend zo hoog sensitief dat ik moest overgeven. Bleek dat mijn man de hele dag met hoofdpijn liep. Hahahaha!”

Na afloop wil ik gelijk naar huis, maar laat me door de vrouwen naast mij overhalen om toch een drankje met ze te doen. Één van hen vertelt over een doktersbezoek en dat ze van te voren alle info al had opgezocht over haar klacht, waardoor ze de dokter tot zwijgen kon brengen. “Oh, dat vind ik zo hoogbegaafd aan je!”, lacht de andere vrouw. Ik werd allergisch. Na een tijdje liep het gesprek nog wel aardig en ik vertel een random verhaal over een gebeurtenis op het werk. Één van de vrouwen moet lachen. De ander kijkt mij doordringend aan. “Ik weet niet of dit specifiek te maken heeft met hoogbegaafdheid”, zegt ze. Ik heb zin om mijn kopje tegen de muur aan te gooien en te schreeuwen dat we hier allemaal niet zo belachelijk moeten doen. “Wat fijn dat ook jonge mensen hier komen”, tikt een oudere vrouw mij aan. Ik lach met een niet-gemeende lach. Ik ga naar huis. Uit beleefdheid neem ik afscheid van de vrouwen. Ik voel de ogen van de aanwezigen in mijn rug prikken als ik de ruimte verlaat. Ik hoor ze denken: “Is zij wel hoogbegaafd?”. Op het evaluatieformulier schrijf ik: dat we ons soms niet in elkaar herkennen betekent niet dat de ander niet (minder) hoogbegaafd is.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s